Onderhanden werk (OHW): betekenis, berekening en voorbeeld
Wat is onderhanden werk en wat betekent OHW?
Onderhanden werk (OHW) is de waarde van werk dat je al hebt uitgevoerd, maar nog niet hebt gefactureerd. OHW is simpelweg de afkorting van onderhanden werk. Je hebt er uren en materiaal in zitten, de klant heeft er nog geen rekening voor gekregen — en dus staat die waarde nog op je balans in plaats van op je bankrekening.
In de installatiebranche is dat bijna nooit een klein bedrag. Bij projecten die weken tot maanden lopen en waar je in termijnen factureert, loopt het onderhanden werk snel op tot een fors deel van je jaaromzet. Het is daarmee een van de weinige getallen die tegelijk iets zeggen over je winst (klopt de marge op lopend werk nog?) en over je cashflow (hoeveel geld heb ik voorgefinancierd?).

De OHW-positie per project, zoals die in een Notifica-dashboard staat
Kun je een voorbeeld geven van onderhanden werk?
Een installatiebedrijf legt in een nieuwbouwproject van 20 woningen de warmtepompen en de ventilatie aan. De opdrachtgever betaalt in termijnen per bouwfase. Aan het eind van de maand zijn twaalf woningen af, maar de volgende termijn mag pas gefactureerd worden als het hele blok klaar is. Alles wat al gedaan is maar nog niet gefactureerd, is onderhanden werk.
In bedragen ziet dat er bijvoorbeeld zo uit (een fictief voorbeeld ter illustratie):
- Aanneemsom: € 300.000, begrote kosten € 240.000.
- Besteed tot nu toe: € 144.000 aan uren, materiaal en onderaannemers. Dat is 60% van de begrote kosten.
- Gepresteerd: 60% van € 300.000 = € 180.000.
- Gefactureerd: de eerste twee termijnen, samen € 120.000.
- Onderhanden werk: € 180.000 − € 120.000 = € 60.000.
Die € 60.000 is waarde die je al hebt geleverd. De kosten die erin zitten (lonen, de groothandel, de onderaannemer) zijn grotendeels al betaald, maar het geld van de opdrachtgever komt pas binnen als de volgende termijn gefactureerd en betaald is. Tot die tijd schiet je het voor. Hieronder lees je hoe die berekening precies in elkaar zit.
Hoe bereken je onderhanden werk?
De kern is één simpele gedachte: zet af wat je hebt gepresteerd tegen wat je hebt gefactureerd.
− gefactureerde termijnen
De bestede kosten zijn je gemaakte uren tegen kostprijs, plus materiaal, plus inhuur van derden. De toegerekende winst is het deel van je begrote projectwinst dat hoort bij de voortgang die je hebt gemaakt.
Die voortgang bepaal je meestal met de cost-to-cost-methode: bestede kosten gedeeld door de totaal verwachte kosten. Ben je door 50% van je begrote kosten heen, dan reken je 50% van de aanneemsom als gerealiseerde omzet. Dat heet ook wel percentage of completion, en het is de methode die de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ 221, Onderhanden projecten) voorschrijven zodra je de uitkomst van een project betrouwbaar kunt inschatten.
Rekenvoorbeeld
Neem een project met een aanneemsom van € 200.000 en een begroting van € 160.000 aan kosten. De begrote winst is dus € 40.000.
| Aanneemsom | € 200.000 |
| Begrote kosten | € 160.000 |
| Tot nu toe besteed aan uren, materiaal en derden | € 80.000 |
| Voortgang (80.000 / 160.000) | 50% |
| Gerealiseerde omzet (50% × 200.000) | € 100.000 |
| Al gefactureerd in termijnen | − € 70.000 |
| Onderhanden werk | € 30.000 |
Je hebt voor € 100.000 gepresteerd en € 70.000 gefactureerd. Er staat dus € 30.000 aan waarde in het project die nog naar de klant moet. Dat bedrag heb jij voorgefinancierd: de monteurs zijn betaald, de groothandel is betaald, het geld is nog niet binnen.
En als het bedrag negatief is?
Had je in hetzelfde voorbeeld al € 120.000 gefactureerd, dan is de uitkomst min € 20.000. Dat is geen fout en ook geen verlies: je hebt vooruitgefactureerd. Boekhoudkundig verhuist de post dan van de activa naar de passiva-kant van je balans, want je hebt geld ontvangen voor werk dat je nog moet leveren.
Voor je cashflow is vooruitfactureren juist gunstig. Het is een van de weinige knoppen waarmee je je werkkapitaal direct beïnvloedt zonder dat er één euro extra omzet nodig is.
Onderhanden werk waarderen: welke methode?
De berekening hierboven is de percentage of completion-methode: je neemt winst naar rato van de voortgang. Dat is de standaard zodra je de uitkomst van een project betrouwbaar kunt inschatten. Twee situaties vragen een andere aanpak:
- De uitkomst is (nog) niet betrouwbaar in te schatten. Bijvoorbeeld aan het begin van een project, of als de begroting niet meer klopt. Dan neem je nog geen winst: je waardeert het onderhanden werk op de gemaakte kosten, voor zover je verwacht die terug te verdienen. Dat is de zero profit methode, die we hieronder verder uitleggen.
- Er dreigt verlies. Verwacht je dat het project als geheel verlies oplevert, dan neem je dat verwachte verlies direct en volledig, niet naar rato van de voortgang. Je wacht dus niet tot de oplevering.
Daarnaast kies je hoe je de voortgang meet. De cost-to-cost-methode (bestede kosten gedeeld door totaal verwachte kosten) is het meest gebruikt, omdat de cijfers al in je administratie staan. Alternatieven zijn voortgang op basis van uren, of op basis van een fysieke meting van wat er op de bouw staat. Welke methode je ook kiest: pas hem consequent toe, anders zijn je periodes niet met elkaar te vergelijken.
Wat is de zero profit methode?
Bij de zero profit methode neem je tijdens het project geen winst. Je verantwoordt precies zoveel omzet als je aan kosten hebt gemaakt, zodat het resultaat op het project nul is. Het onderhanden werk staat dan op de bestede kosten. Die aanpak hoort bij projecten waarvan je de uitkomst nog niet betrouwbaar kunt inschatten. Kun je dat wel, dan stap je over op winst naar rato van de voortgang.
Neem het rekenvoorbeeld hierboven: € 80.000 besteed, € 70.000 gefactureerd. Met percentage of completion is je gerealiseerde omzet € 100.000 en je onderhanden werk € 30.000. Met de zero profit methode is je gerealiseerde omzet gelijk aan de kosten, € 80.000, en je onderhanden werk € 10.000. Het verschil van € 20.000 is winst die je pas later laat zien.
Een verwante aanpak is de gerealiseerde-winstmethode (ook wel completed contract): de winst komt pas bij oplevering in je resultaat. Voor beide geldt dat een verwacht verlies niet mag wachten. Dat neem je direct, zodra je het ziet aankomen.
Voor sturing hebben beide een nadeel: zolang de winst op nul staat, zie je niet of de marge op lopend werk nog klopt. Je resultaat springt dan omhoog op het moment dat een project wordt opgeleverd, en niet op het moment dat het werk is gedaan.
Onderhanden werk op de balans
Het onderhanden werk staat op je balans, per project bekeken:
- Projecten met een positief saldo (meer gepresteerd dan gefactureerd) staan aan de activakant, bij de vlottende activa, meestal als onderhanden projecten.
- Projecten met een negatief saldo (meer gefactureerd dan gepresteerd) staan aan de passivakant, bij de kortlopende schulden, als vooruitgefactureerd of onderhanden projecten.
Je saldeert dus niet alle projecten tot één getal: een project dat achterloopt in de facturatie en een project dat voorloopt, horen aan verschillende kanten van de balans. Juist die splitsing laat zien hoeveel werkkapitaal er écht vastzit in je projecten.
Wat is het verschil tussen onderhanden werk en onderhanden projecten?
In de praktijk worden de twee termen door elkaar gebruikt, en meestal bedoelen ze hetzelfde. Formeel is er wel een verschil. Onderhanden projecten is werk in opdracht van een specifieke opdrachtgever, op basis van een contract met een aanneemsom of een afgesproken vergoeding. Onderhanden werk in strikte zin is werk aan je eigen producten dat nog niet af en nog niet verkocht is, en hoort bij de voorraden.
Voor een installatiebedrijf is vrijwel alles wat intern "het OHW" heet formeel een onderhanden project: je werkt voor een klant, onder een contract, en factureert in termijnen. De verslaggevingsregels daarvoor staan in RJ 221, Onderhanden projecten. In de jaarrekening zie je daarom vaak de post "onderhanden projecten", terwijl de controller en de projectleiders gewoon over OHW praten.
Wat is het verschil tussen onderhanden werk en nog te factureren omzet?
Nog te factureren omzet is werk waarvoor je al een factuur mág sturen, maar die nog niet is verstuurd: een bereikte termijn, afgerond regiewerk, een afgehandelde servicebon. Onderhanden werk is werk dat nog loopt en waarvoor je volgens de afspraken nog niet kunt factureren. Het eerste is een facturatie-achterstand, het tweede een voorfinanciering die bij het contract hoort.
Het onderscheid lijkt boekhoudkundig, maar het vraagt in de praktijk om een andere actie:
- Nog te factureren omzet los je op door te factureren, liefst vandaag. Elke dag dat zo'n factuur blijft liggen, schuift je betaling een dag op zonder dat daar een reden voor is.
- Onderhanden werk los je niet op met een factuur, want het contract laat dat nog niet toe. Daar stuur je op met het termijnschema: hoe beter de termijnen aansluiten op de voortgang, hoe minder je voorschiet.
Op de balans staat nog te factureren omzet meestal bij de vorderingen of overlopende activa, en onderhanden werk als onderhanden projecten. Ook hier geldt dat in de wandelgangen alles OHW heet. Wil je je cashflow sturen, houd de twee in je rapportage dan wel uit elkaar.
Wat is het verschil tussen onderhanden werk en voorraad?
Voorraad is materiaal dat je hebt ingekocht maar nog niet in een project hebt verwerkt: de buizen in het magazijn, de radiatoren in de bus. Onderhanden werk ontstaat pas als dat materiaal, samen met uren, in een project wordt verwerkt. Vanaf dat moment telt het mee in de bestede kosten van het project, en daarmee in de voortgang en het OHW.
De grens tussen die twee is in de praktijk minder scherp dan op papier. Materiaal wordt vaak bij inkoop al direct op het projectnummer geboekt, terwijl het nog op de bouwplaats of in het magazijn ligt. Met de cost-to-cost-methode lijkt het project dan verder dan het is: de kosten zijn gemaakt, maar er is nog niets geïnstalleerd. Je voortgang, je gerealiseerde omzet en je onderhanden werk vallen daardoor te hoog uit.
Bij grote materiaalposten is het daarom verstandig om niet-verwerkt materiaal buiten de voortgangsmeting te houden, of de voortgang voor die projecten op uren te baseren.
Mutatie onderhanden werk in de resultatenrekening
Je omzet over een periode is niet hetzelfde als wat je in die periode hebt gefactureerd. Het verschil zit in de mutatie onderhanden werk: de stand aan het eind van de periode min de stand aan het begin.
| Gefactureerd in de maand | € 120.000 |
| Onderhanden werk eind van de maand | € 45.000 |
| Onderhanden werk begin van de maand | − € 30.000 |
| Mutatie onderhanden werk | + € 15.000 |
| Omzet van de maand | € 135.000 |
Een fictief voorbeeld ter illustratie.
Is de mutatie positief, dan heb je meer gepresteerd dan gefactureerd en is je omzet hoger dan je facturatie. Is hij negatief, dan heb je werk gefactureerd dat in eerdere periodes al was gepresteerd. Zonder deze correctie schommelt je maandresultaat mee met je facturatieritme in plaats van met wat er werkelijk is gedaan.
Waarom OHW er echt toe doet
Het is je vroegste marge-signaal. Zolang een project loopt, is de OHW-berekening de enige plek waar zichtbaar wordt of de marge nog klopt. Loopt de voortgang achter op de facturatie én lopen de kosten voor op de begroting, dan verlies je geld op een project dat op papier nog gewoon draait. Na oplevering weet je het ook, maar dan is bijsturen geen optie meer.
Het is je grootste financieringspost. Onderhanden werk is werkkapitaal dat je uit eigen zak voorschiet. Groeien betekent in de installatiebranche bijna automatisch dat je OHW meegroeit — en veel bedrijven die op papier winstgevend groeien, komen precies daar in de knel.
Het bepaalt je facturatieritme. Zie je per project welke waarde er klaarstaat, dan wordt factureren een gerichte actie in plaats van een maandelijkse routine.
Waar het in de praktijk misgaat
Wij rekenen het onderhanden werk uit op basis van de data die al in je bedrijfssoftware staat. Dat legt vrijwel altijd dezelfde vier problemen bloot:
- Uren die te laat geboekt worden. Boekt een ploeg pas op vrijdag de hele week weg, dan is je OHW-stand doordeweeks structureel te laag. Bij maandafsluiting op de eerste van de maand mis je zo een volle week productie.
- Kosten op het verkeerde project. Materiaal dat op een verzamelproject of op het verkeerde projectnummer wordt geboekt, maakt twee projecten tegelijk onbetrouwbaar: de een lijkt te duur, de ander te goedkoop.
- Projecten die klaar zijn maar niet afgesloten. Die blijven meetellen in je OHW-positie en vertekenen het totaal. Vaak zit hier het grootste deel van een "onverklaarbaar hoog" onderhanden werk.
- Een begroting die niet is bijgewerkt. De cost-to-cost-methode deelt door de totaal verwachte kosten. Is er meerwerk bijgekomen dat niet in de begroting staat, dan klopt je voortgangspercentage niet meer en dus je hele OHW-stand ook niet.
Geen van deze vier is een softwareprobleem. Het zijn afspraken over hoe je boekt. Maar je ziet ze pas als het getal dagelijks zichtbaar is in plaats van één keer per kwartaal.
Van kwartaalexercitie naar een dagelijks OHW-dashboard
Bij de meeste installatiebedrijven is het onderhanden werk een handmatige Excel-oefening die de controller een paar dagen per periode kost. Dat is precies de reden dat het zelden actueel is — en een OHW-stand van zes weken oud is voor sturing waardeloos.
Staat de berekening eenmaal goed, dan kan hij elke nacht draaien op de data die je toch al invoert. In onze OHW-dashboards zie je de stand per project, per projectleider en per periode, met de opbouw eronder zodat je bij een afwijking meteen ziet waar hij vandaan komt.
Wil je weten hoe je daar stap voor stap komt? Lees onze blog over grip op OHW in 5 stappen, of bekijk hoe OHW doorwerkt in je cashflow en projectsturing.
Veelgestelde vragen over onderhanden werk
Wat betekent OHW?
OHW is de afkorting van onderhanden werk: de waarde van werk dat je al hebt uitgevoerd, maar nog niet hebt gefactureerd. Het is de som van de bestede kosten en de toegerekende winst, min de gefactureerde termijnen.
Wat is de formule voor onderhanden werk?
Onderhanden werk = bestede kosten + toegerekende winst − gefactureerde termijnen. In de praktijk bepaal je de voortgang van een project, meestal met de cost-to-cost-methode: bestede kosten gedeeld door de totaal verwachte kosten. Vermenigvuldig dat percentage met de aanneemsom voor de gerealiseerde omzet, en trek daar de gefactureerde termijnen van af.
Waar staat onderhanden werk op de balans?
Projecten met een positief saldo (meer gepresteerd dan gefactureerd) staan bij de vlottende activa. Projecten met een negatief saldo (meer gefactureerd dan gepresteerd) staan bij de kortlopende schulden. Je saldeert per project, niet alle projecten samen.
Wat is de mutatie onderhanden werk?
De stand van het onderhanden werk aan het eind van een periode min de stand aan het begin. Je omzet over die periode is de gefactureerde omzet plus deze mutatie.
Is een negatief onderhanden werk een verlies?
Nee. Een negatief saldo betekent dat je meer hebt gefactureerd dan je hebt gepresteerd: je hebt vooruitgefactureerd. Dat staat als schuld op je balans en is voor je cashflow juist gunstig. Een verlies blijkt pas als de verwachte kosten hoger zijn dan de aanneemsom.
Je OHW automatisch berekend zien?
Notifica rekent je onderhanden werk elke nacht opnieuw uit vanuit je eigen bedrijfssoftware. Binnen 1 dag live.
Liever direct bellen? 030 – 799 02 15 of mail info@notifica.nl